Opleidingsinstituut BEO Breda

           
 

Voorbeeldopgave Cito
Sietse heeft konijnen. In zijn eerste hok zitten 14 konijnen, in een ander hok nog een 7. Sietse heeft 179 wortels. Hij wil de wortels eerlijk verdelen over de konijnen, maar omdat Sietse erge honger heeft eet hij eerst zelf 10 wortels op. Dan gaat hij de wortels verdelen. Hoeveel wortels krijgt elk konijn en hoeveel wortels houdt Sietse over?

  1. 9 wortels, 3 over
  2. 8 wortels, 1 over
  3. 7 wortels, 22 over
  4. Het goede antwoord staat er niet bij

 

Wanneer een kind zo’n soort opgave ziet, bestaat het gevaar dat hij door de hoeveelheid informatie in de war raakt en tot een fout antwoord komt, ook al is het kind waarschijnlijk best in staat de opgave rekenkundig gezien op te lossen.

Door een kind een stapsgewijze, analytische aanpak aan te leren, kan het dergelijke vragen toch correct beantwoorden. In dit voorbeeld kan het kind leren,de informatie uit de opgave eerst op een kladpapier grafisch weer te geven:

  citotraining Breda

De informatie uit de opgave is in deze stap overzichtelijk gemaakt en dat geeft het kind de mogelijkheid de som die erin verborgen zit te vinden: 169 delen door 21.

Voor het oplossen van deze som moet het kind vervolgens de juiste rekenvaardigheid kiezen (delen met rest: staartdeling). Het kiezen van de juiste rekenvaardigheid vereist, dat het kind zich bewust is van de diverse vaardigheden die het beheerst. Om deze reden besteden wij hier tijdens de citotraining veel aandacht aan.

Het kind kan vervolgens gaan rekenen:

169
105                5
64
63                  3
1 rest             8

Het juiste antwoord blijkt B te zijn: 8 wortels per konijn, 1 wortel over.

 

Terug naar pagina 'citotraining'

 

 

 

© 2013-2018 Opleidingsinstituut BEO. Niets uit deze website mag zonder schriftelijke toestemming worden gekopiëerd, overgenomen of op andere wijze openbaar worden gemaakt.